Drie afknappers bij het online spreken

Wat zijn volgens u de grote verschillen tussen fysieke en virtuele communicatie? Het eerste waaraan mensen denken is de locatie. Waar u bij fysieke communicatie een ruimte deelt, zitten deelnemers bij virtuele communicatie voor het scherm. Deze fysieke afstand zorgt echter voor een aantal bijkomende aandachtspunten. Echter, de afstand bij virtuele communicatie ligt niet enkel in de kilometers, maar ook in bepaalde aspecten van de lichaamstaal die wegvallen omwille van de beperkingen van het beeld.
Drie afknappers bij het online spreken Drie afknappers bij het online spreken

Een boodschap komt voor 55 % binnen via het auditieve kanaal. Stem en articulatie spelen daarin de voornaamste rollen. In Balance organiseerde in de zomer van 2019 een onderzoek naar Online Spreken. Op basis daarvan, en 20 jaar ervaring, delen we graag 3 afknappers bij het luisteren naar een online spreker: 

1. Dialectisch spreken:
Door een dialectische uitspraak wordt je als spreker als minder intelligent ervaren door de luisteraar. Het is een jammerlijk feit dat ondanks jouw expertise in een bepaalde sector of thematiek, de boodschap omwille van een dialectisch accent niet of onvoldoende naar waarde geschat wordt.

2. Zuiver West-Vlaams spreken:
Een West-Vlaming wordt soms als kortaf beschouwd. Dit komt door de zware a’s en e’s in het West-Vlaamse accent waardoor eindklanken “en” worden ingeslikt en dus niet duidelijk gearticuleerd worden. De West-Vlaming wordt daardoor onterecht als kort en arrogant gepercipieerd.

3. Mompelen en binnensmonds spreken:
Mompelaars worden minder goed begrepen en krijgen vaker de vraag om hun boodschap te herhalen. Echter, bij een online boodschap - en al zeker als deze op voorhand opgenomen wordt - krijg je dergelijke feedback niet. Dat is zonde, want als mensen zich te hard moeten inspannen om de boodschap te begrijpen, wordt men sneller afgeleid, dwaalt de aandacht af, en haakt men af.

Het is een training waarbij je in het zijn van een persoon gaat kijken en je afvraagt "Hoe communiceert mijn gesprekspartner, en hoe kan ik mij daarin gaan aanpassen?"

Naam, functie